PDF PDF Print

Voortdurende gelovige reflectie

(Thomas van Aquino. Standbeeld voor universiteit Nijmegen)


De Bijbel is geen eindpunt maar een toetssteen waaraan wij volgens het katholiek sociaal denken onze ervaring kunnen scherpen. Je zou kunnen zeggen dat de Bijbel de wereld en het menselijk leven op een specifieke manier opent. De opgeschreven verhalen vormen een spiegel waarin wij onszelf en onze situatie weerkaatst zien. Wij worden uitgenodigd onszelf te verstaan in het spoor van Jezus van Nazareth. Niet door op afstand te blijven van de wereld en haar angst en pijn, haar hoop en verlangen, maar door ons er – net als Jezus – zonder reserve aan te verbinden.

 

Maar wat betekent dit voor de eigen situatie? De middeleeuwse theoloog Thomas van Aquino (1225-1274) vraagt zich ergens af waarom Jezus geen boek geschreven heeft. Thomas antwoordt dat het goed is dat de gemeenschap van Jezus’ leerlingen niet gebaseerd is op een dode letter, maar op een levend getuigenis. Steeds opnieuw moet aan het licht komen hoe Gods liefde in concrete situaties verschijnt en vervolgens geëerd en gediend kan worden. In een levende traditie staan betekent dus: trouw zijn aan de oorsprong. Niet door te doen en te zeggen wat vroeger gedaan en gezegd werd, maar door vandaag op de manier van vandaag te doen of te zeggen wat vroeger op een andere manier werd gedaan en gezegd. In dit voortgaande proces van denken en handelen, worden ontdekkingen gedaan die ook voor volgende generaties van belang zijn.

 

In de traditie van het katholiek sociaal denken zijn de inzichten van Thomas van Aquino van fundamenteel belang. In de tweede helft van de negentiende eeuw greep men terug op de manier waarop hij in zijn tijd het christelijk geloof articuleerde. Volgens Thomas is de mens onontkoombaar een sociaal wezen. Dit betekent dat hij altijd aangewezen is op anderen: voordat we iets kunnen doen, worden we gevoed. Voor we iets kunnen zeggen, wordt er tegen ons gepraat. Voordat we ons er bewust van zijn, wordt er van ons gehouden. Een leven in isolement, afgesneden van anderen en daarmee van God, kan volgens Thomas dan ook geen gelukkig bestaan zijn. Geluk is geen individuele toestand, maar een situatie waarin iedereen tot zijn recht komt. Jezus gebruikte niet voor niets een sociale en politieke metafoor voor het vervulde menselijk leven: het koninkrijk van God.

Thomas maakte gebruik – zeer vernieuwend in zijn tijd – van de filosofie van de Griekse wijsgeer Aristoteles (384-322 v. Chr.). Hij zag de mens als een van nature sociaal wezen, dat alleen volmaaktheid kan vinden in een leven in gemeenschap. Dit betekent dat persoonlijk en gemeenschappelijk geluk met elkaar vervlochten zijn, en dat het ene bloeit dankzij het ander. Dit sociale en relationele mensbeeld speelt nog steeds een centrale rol in het katholiek sociaal denken.

 

Een tweede belangrijke inzicht van Thomas heeft van doen met de gerichtheid op God. Volgens Thomas is God oorsprong, dragende grond en doel van alle bestaan, en op een bijzondere manier van de mens en de menselijke gemeenschap. God heeft in mensen het verlangen naar het goede gelegd. Dat verlangen richt mensen van nature op God, uit wie zij voortkomen.

 

Zo maakte Thomas – met de denkcategorieën en -schema’s van zijn tijd – duidelijk dat God en het goede mens-zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Wij hebben elkaar nodig om gelukkig te leven. Zo bezien bestaat een goede samenleving alleen in gezamenlijkheid. Christenen menen daarmee iets te zeggen dat voor iedereen geldt en van belang is, ook voor mensen met een ander geloof of een andere levensbeschouwing.

Lees verder:

VKMO - Katholiek Netwerk | Walpoort 12 | 5211 DK | ’s-Hertogenbosch | 073 6134140 | E-mail