PDF PDF Print

Het visioen van ReliŽf, door Thijs Tromp



Op weg naar nieuwe verhoudingen in de zorg
Door Thijs Tromp, directeur Reliëf, christelijke vereniging van zorgaanbieders
www.relief.nl

‘De samenleving is gemaakt van zorg’, zei Erik Borgman op het jaarcongres van Reliëf in 2012. Het thema van dat congres was ‘Zorg: alleen samen!’ De reden om dit het aan de orde te stellen is dat Nederland voor een grote opgave staat om de gezondheidssector te hervormen. Op het eerste gezicht zijn het vooral de almaar stijgende kosten van de zorg, die herbezinning nodig maken. Maar het gaat in de kern niet over de betaalbaarheid van zorg, maar het gaat om de vraag wat zorg waard is in de samenleving. De crisis in de gezondheidszorg is slechts voor een deel een financiële kwestie. Daaronder ligt een morele kwestie. Zorgen voor elkaar is immers de kernwaarde van samenleven.

Fundamentele afhankelijkheid
Samenleven zou opgevat kunnen worden als een maatschappelijk gereguleerd systeem waarin individuen zoveel mogelijk het leven kunnen leiden dat ze zelf willen. Vanuit die visie staan burgers een deel van hun vrijheden af aan de overheid. De overheid zorgt er op haar beurt voor dat de randvoorwaarden in stand blijven waardoor burgers hun vrijheid optimaal kunnen realiseren. Deze visie op samenleven miskent de fundamentele afhankelijkheid van mensen onderling. De meeste mensen zijn maar een klein deel van hun leven echt in staat om zonder noemenswaardige hulp van anderen hun leven goed te leiden. Voor zuigelingen geldt dat niet, voor kinderen evenmin en ook adolescenten redden het niet zonder de steun van volwassenen. Ook mensen met verstandelijke, lichamelijke en psychische beperkingen weten maar al te goed hoezeer ze afhankelijk zijn van anderen, met alle schaduwzijden die dat met zich meebrengt. En ook in de vierde leeftijd, als ouderen hun gezondheid langzaam zien afkalven dringt het bewustzijn van afhankelijkheid zich onweerstaanbaar op. Vanuit het katholiek sociaal denken is de menselijke afhankelijkheid geen nadeel dat zo snel mogelijk overwonnen dient te worden. Erkenning van onze afhankelijkheid is de basis voor een rechtvaardige samenleving. Dat zie je gelukkig overal aan de dag komen. Mensen zorgen voor mensen, overal, in het klein en in het groot. We groeten elkaar, we hebben een luisterend oor voor elkaar, we zamelen geld in voor goede doelen, we doen de tuin voor de buurman, we schrijven een kaartje bij ziekte, we nemen de zieke buurvrouw van de buren mee naar school. Over mantelzorg hebben we het dan nog niet gehad. Talloze mensen zorgen voor een zieke moeder, vader, partner, kind, vriend, gemeentelid of voor buren. Het zou cynisch zijn om dit af te doen als welbegrepen eigenbelang. Natuurlijk is zorg voor een groot deel gebaseerd op wederkerigheid, maar wie niet merkt dat zorgen voor iemand anders meer is dan het oproepen van een goed gevoel bij jezelf, is ziende blind.

Zorg als roeping
Het morele probleem van de zorg in Nederland is dat we deze informele zorg als aanvullend zijn gaan zien op de professionele zorg in Nederland. Burgers hebben het idee dat de overheid voor ons moet zorgen als wij ziek worden. Dat is niet helemaal ten onrechte. We betalen onze zorgpremies en op grond daarvan mogen we ook verwachten dat we daar wat voor terug krijgen. Het probleem achter deze constructie is dat we professionele zorgverleners zijn gaan beschouwen als een soort ambtenaren die gewoon moeten leveren waar we recht op hebben. Patiënten en cliëntenorganisaties, journalisten en ombudsmannen stellen voortdurend aan de kaak als het weer eens misgaat. De inspectie doet haar uiterste best om misstanden in de zorg op te sporen en aan te pakken. De minster gaat zelf op bezoek bij een zorginstelling waar een jongen met gedragsproblemen aan de muur is vastgebonden. Al die bewegingen waar we bijna iedere dag mee geconfronteerd worden in het nieuws, versterken het beeld dat zorgvragers bij de overheid moeten zijn voor goede zorg, maar dat de overheid het ‘zorgapparaat’ niet goed op orde heeft. Het is niet moeilijk om te zien wie hier in de knel komt. Dat zijn de professionele zorgverleners. Zij worden door de zorgvrager met hoge eisen benaderd en krijgen van organisatie steeds meer druk om te voldoen aan kwaliteitseisen. Die kwaliteitseisen worden dan ook nog eens geformuleerd in termen van risicoreductie. Zorgverleners moeten zo handelen dat hun niets te verwijten valt. Het woord dat hier past is vervreemding.
Uit beeld is verdwenen dat professionele zorg de aanvulling is op informele zorg. Waar het mensen niet lukt om voor elkaar te zorgen, komt de professionele hulp in beeld. Professionele hulp is meer dan het verzilveren van een recht. Professionele zorgverleners belichamen in hun werk de waarde die wij in Nederland hechten aan zorgen voor elkaar. Zorgen voor anderen, informeel en professioneel, is beantwoorden aan een roeping. Een roeping die uitgaat van de kwetsbare en afhankelijke mens, in wie we onze eigen kwetsbaarheid en afhankelijkheid herkennen.

Eerherstel van waarden
Voor een hervorming van de zorgsector hebben we daarom het volgende nodig: In de eerste plaats de erkenning van de zorg die mensen voor elkaar hebben. Niet roepen: “U moet in de toekomst veel meer zelf gaan doen.” Mensen doen dat al, met liefde en overtuiging. In de tweede plaats zullen we professionele zorg moeten zien als ondersteuning van wat er op informeel vlak al gebeurd. In de derde plaats verdienen professionele zorgverleners de erkenning dat ze in hun werk vorm geven aan hun roeping. Ze verdienen de eer die hun toekomt, want ze staan in de traditie van wat vroeger liefdewerk of caritas werd genoemd. Zorgverleners zijn maatschappelijk werkers, ze verstevigen de banden waarvan onze  samenleving gemaakt is. In de vierde plaats zullen zorgaanbieders, zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen, instellingen die zorgen voor mensen met psychiatrische aandoeningen of verstandelijke beperkingen, zich meer dan ooit moeten bezinnen op hun missie en hun kernwaarden. Zorgaanbieders zijn maatschappelijk verankerde organisaties met een maatschappelijk roeping. Dat willen de zorgvragers graag ervaren. En de overheid moet die relatieve zelfstandigheid van de zorgaanbieders ook weer gaan erkennen. Ten slotte moeten we ons hoeden voor te grote overheidsbemoeienis met de zorg. De zorgsector is voortgekomen uit de particuliere initiatieven van idealistische en godsdienstig bewogen mensen. Religieuzen en diaconessen, socialisten en humanisten. Als een neutrale overheid de menselijke bewogenheid gaat organiseren en overnemen, holt dat op lange termijn de onderlinge betrokkenheid van mensen op elkaar en van professionele zorgverleners op zorgvragers uit. Dat  is het laatste wat we zouden moeten willen. Overheden moeten niet van mensen overnemen, wat ze zelf prima kunnen en ook willen. In de katholiek sociale traditie noemen we dat subsidiariteit.

Zorg is veel waard
Zorg is duur, dat is zeker waard. Maar zorg is vooral kostbaar, omdat onze samenleving ervan gemaakt is. Vanuit die laatste gedachte zal het debat over kostenbeheersing gevoerd moeten worden.

VKMO - Katholiek Netwerk | Walpoort 12 | 5211 DK | ’s-Hertogenbosch | 073 6134140 | E-mail