PDF PDF Print

Het visioen van OMO, door Eugene Bernard

 

Zingeving en goed onderwijs

Door Eugene Bernard, voorzitter Raad van Bestuur van Vereniging Ons Middelbaar Onderwijs (OMO)[1]

www.omo.nl

 

Inleiding

‘Goed onderwijs’ richt zich op het laten opbloeien van iedere leerling. Iedereen telt, de gehele mens[2]. Het gaat niet alleen om het kwalificeren voor een vervolgopleiding of arbeidsloopbaan. Net zo goed gaat het om het voorbereiden van jonge mensen als deelnemer aan de maatschappij. De school is een wegwijzer naar een humane samenleving. Letterlijk in doen en laten realiseert de school ‘goed onderwijs’.

‘Goed onderwijs’ is meer dan een technisch didactische uitwerking van een onderwijskundige opvatting. Het is een ethisch begrip en stoelt op een mensvisie en een kijk op de samenleving.

Hoe komen we met elkaar betekenisvol in gesprek over dieperliggende opvattingen over ‘goed onderwijs’? Niet iedereen gaat uit van traditioneel gedeelde visies. Hoe kunnen we met andere woorden identiteit een proces laten zijn van luisteren, in gesprek zijn en verstaan?

In deze tekst wordt de discussie over identiteit van drie basisbegrippen voorzien: goed onderwijs, een goed mens en goed leven. Onze wens is dat wij in het dagelijks leven geïnspireerd raken door getoond gedrag. Gedrag maakt immers zichtbaar, wat de betekenis van identiteit echt is.

 

Betekenisvolle waarden

In ons onderwijs staat de mens centraal. Leerlingen ontwikkelen hun talenten van hoofd, handen en hart langs de lijnen van de onderwijskundige visie van hun school. Docenten, staf en schoolleiding ontplooien zich op hun beurt om dit proces zo goed mogelijk te laten verlopen. Samen geven we ‘goed onderwijs’.

‘Goed onderwijs’ motiveert mensen en verbindt alle deelnemers aan de schoolgemeenschap: leerlingen, ouders, leraren, andere medewerkers en schoolleiding. Maar wat verbindt de schoolgemeenschap als het in diepere zin gaat om levensbeschouwelijke waarden? Hoe betekenisvol zijn dergelijke waarden voor de kwaliteit van ‘goed onderwijs’ en voor ons gedrag naar elkaar toe?

Het antwoord ligt niet voor het oprapen. We leven immers in een samenleving die steeds minder gemeenschappelijke tradities heeft. Vaker hebben collega’s, ouders en schoolleiding binnen of buiten een geloofstraditie een persoonlijke visie ontwikkeld over wat voor hen het leven betekent en welk gedrag daarbij past. Leerlingen komen in aanraking met onderscheiden levensvisies. Diversiteit in levensbeschouwelijke opvattingen is een maatschappelijke realiteit.

 

De reis

Hoe komen we vanuit een individuele waardeoriëntatie tot gemeenschappelijk aanvaarde gedragingen en gedeelde doelen? Laten we een metafoor gebruiken die het zoeken naar een antwoord op deze vraag verbeelden kan, die bovendien onze zoektocht vanuit ieders individuele principes of bronnen met gemeenschappelijke doelen kan verbinden: een reis.

Ieder vertrekt vanuit de coördinaten van zijn of haar overtuigingen. Deze overtuigingen heb je impliciet of expliciet in je systeem opgeslagen. We komen samen als deelnemers aan de school en vragen ons af wat we in onze gezamenlijke bagage meenemen. Uiteraard alle benodigdheden voor ‘goed onderwijs’, zoals een school dat wil vormgeven: vakinhoud, didactiek en pedagogiek. En wat nemen we mee als het om levensbeschouwelijke uitgangspunten gaat? We richten ons op getoond gedrag: hoe laten we zelf zien wat een goed mens is en hoe we goed leven vorm geven?

 

Onze bagage

We nemen ‘aandacht’ voor elkaars vertrekpunt mee. De individuele deelnemers aan de reis hebben immers hun persoonlijke beginselen, principes en overtuigingen, al of niet gecodificeerd in bronnen: ieders vertrekpunt.    

‘Aandacht’ in onze koffer gaat verder dan respect alleen; het gaat om oprechte interesse in elkaars opvattingen, in ontmoeting. We nemen een sjabloon van een kaart mee die we voor een deel samen gaan invullen. Deze kaart helpt ons de schoolomgeving zo te zien dat het een plaats is waar je mag groeien, waarin je je veilig voelt, waarin een ander zich bij jou veilig kan voelen en waar een ander kan groeien en kan worden wie hij of zij is. Deze kaart helpt ons om scherper in beeld te krijgen wat goed onderwijs, een goed mens zijn en goed leven inhoudt.

Wat verder niet mag ontbreken in onze bagage is een compendium met een historisch overzicht van waar de school vandaan komt. De school staat op een katholieke voedingsbodem, die het denken over de samenleving, over omgang met elkaar in hoge mate heeft beïnvloed. We erkennen en waarderen deze bron, een wezenlijk onderdeel van onze erfenis, en willen deze tot uitdrukking brengen in onze cultuur.

Als we uitgaan van de metafoor, dan is een GPS onontbeerlijk. Deze geeft onze positie weer. We oriënteren ons op het gedrag dat leerlingen, docenten, staf en schoolleiding vertonen. Met een kompas zal eenieder vervolgens een eigen positie bepalen en dus ook de eigen bijdrage aan het collectief gedrag afmeten.

 

Onze oriëntatiepunten

Welke bakens zijn van belang? ‘Goed onderwijs’ omdat dit niet af is, als leerlingen zich niet kunnen spiegelen aan gedrag, passend bij de schoolgemeenschap, dat gericht is op een goed mens zijn en goed leven.

Een goed mens als baken, maar wat verstaan we onder een goed mens? Veel mensen hebben direct een beeld of gevoel bij ‘een goed mens’. Het gaat er vooral om dat we in ons gedrag laten zien en merken wat een goed mens is. Bijvoorbeeld dat je een ander wil ondersteunen, wil helpen en kansen wil bieden. In de verschillende godsdiensten, en ook in niet-godsdienstige levensbeschouwingen, zijn er regels, aanbevelingen, of ‘goede werken’ geformuleerd. Een goed mens is uiteraard ook zichtbaar in de dagelijkse omgang op school: iemand bijstaan met goede raad, zonder aarzeling hulp en ondersteuning bieden daar waar nodig. En misschien het meest moeilijke: het vergeven van elkaar vanuit de opvatting dat je iedere dag opnieuw mag beginnen.

Goed leven ten slotte gaat verder dan een prima organisatie van de schoolgemeenschap en heldere afspraken. Onderlinge verbondenheid is het levenselixer van de gemeenschap. Goed leven is daarmee vooral merkbaar aan de ontplooiingskansen, aan de tolerantie, aan intellectuele en morele vrijheden die je elkaar gunt, aan de steun en zorg die je elkaar geeft. Goed leven fundeert goed onderwijs en maakt het mogelijk een goed mens te zijn.

 

Op koers blijven

Opvattingen over ‘een goed mens’ en ‘goed leven’ kunnen en mogen verschillen en vanuit diverse bronnen komen. We zijn op koers als uit ons gedrag blijkt dat we werk maken van een goed mens en goed leven. Vanuit onze katholieke voedingsbodem is Ons Middelbaar Onderwijs continu alert op ontwikkelingen in de samenleving. Wij blijven met elkaar in gesprek. Dit document beoogt een handreiking te zijn om het gesprek in elke afzonderlijke school aan te gaan. En in dialoog op de volgende vragen een antwoord vinden: wat betekent dit voor ons als leerlingen, als ouders, als docenten? Wat merk je ervan op school? Zo luidt de opdracht.

 



[1] Deze tekst is een bewerkte en ingekorte versie van een tekst die tot stand kwam in gesprek tussen de leden van de werkgroep identiteit, in dialoog met de rectoren en na raadpleging van externe belanghebbenden met als primaire vraag: hoe kunnen we in de schoolpraktijk in het gedrag betekenis geven aan het evangelie?

 

[2] Het Evangelie is de primaire bron in deze tekst.

 

VKMO - Katholiek Netwerk | Walpoort 12 | 5211 DK | ’s-Hertogenbosch | 073 6134140 | E-mail