PDF PDF Print

Het visioen van de KRO, door Koen Becking



Katholieke Radio Omroep, meer dan een gevoel

Door Koen Becking, directievoorzitter KRO

www.kro.nl

 

Het verplicht uit je hoofd leren van de katholieke catechismus mag dan al geruime tijd geleden zijn afgeschaft, het blijft zinvol – ook in deze moderne tijd – jezelf, als mens of als organisatie, bij tijd en wijle de eerste vraag uit die catechismus te stellen: waartoe zijn wij op aarde? Het dwingt je, uiteraard op een eigentijdse wijze, te formuleren wat waardevol is en wat dit betekent voor de richting die je uit wilt gaan. De KRO heeft zich die vraag gesteld.

Aanleiding voor het stellen van de wezensvraag is een samenhangend geheel van maatschappelijke en technologische veranderingen die de publieke omroep rechtstreeks raken of hebben geraakt, en het mede onder invloed van die veranderingen zich ook wijzigende politieke klimaat waardoor de publieke omroep ook van buitenaf wordt gedwongen zich te bezinnen op haar taak. Vanuit het katholiek sociaal denken heeft de KRO in 2010 zijn visie op de publieke ruimte geherformuleerd. De rol die televisie, radio en internet in die publieke ruimte spelen en vervolgens meer specifiek wat de KRO ziet als de eigentijdse rol van de publieke omroepen en zichzelf in die ruimte.

 

Die eigen rol vult de KRO in vanuit zijn visie op Goed Leven, zowel het goede leven voor het individu afzonderlijk als voor de samenleving als geheel. Persoonlijke groei, genieten en plezier hebben gaan in onze kijk op Goed Leven samen met je betrokken voelen bij, verbonden weten met en hulp geven aan anderen. Respect voor verschillen tussen mensen en je verantwoordelijk voelen voor je medemens en de samenleving als geheel zijn daarbij belangrijk.

Vanuit deze visie op Goed Leven heeft de KRO drie kernwaarden geformuleerd van waaruit de KRO, wil werken: inspireren, verbinden en duiden. Vanuit die kernwaarden komt de KRO tot  drie speerpunten die herkenbaar in de programmering moeten terugkomen: katholieke spiritualiteit, bijzondere verhalen van gewone mensen en betrokken kwaliteitsjournalistiek.

 

De publieke omroep van nu is dan wel door de overheid bij wet geregeld, de basis ervoor is gelegd door burgers zelf. Geheel aansluitend bij de verzuilde samenleving die Nederland in de eerste helft van de twintigste eeuw was, waren het particuliere initiatieven die toen leidden tot de oprichting van de Katholieke Radio Omroep (KRO), de Nederlandsche Christelijke Radio Vereniging (NCRV), de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep (VPRO) en de Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs (VARA). Het emancipatiemotief speelde hierbij destijds een grote rol. De omroepverenigingen moesten bijdragen aan het versterken van de eigen zuil. De oprichter van de KRO, pastoor en dominicanenpater L.H. Perquin, zag in 1925 de radio als een medium om de katholieke visie uit te dragen. Hij omschreef de radio destijds als ‘een middel tot ontwikkeling en beschaving op religieus en maatschappelijk gebied’.

 

De verzuiling van toen leeft niet meer in de samenleving van nu. Ontkerkelijking en individualisering hebben daar mede aan bijgedragen. Mensen zijn minder vaak lid van een kerk en zeker niet meer automatisch daardoor lid van de daarbij horende politieke partij, omroepvereniging of vakbond. De KRO merkt de ontkerkelijking en de daarmee samenhangende ontzuiling aan de omvang van zijn ledenbestand. Voor de publieke omroepen betekende de ontzuiling niet het einde van hun bestaan. Ze pasten zich aan de veranderende omstandigheden, maar hoefden niet wezenlijk te veranderen. Ook een principiële discussie over wenselijke veranderingen en het publieke bestel dat men daarbij voor ogen had, bleef destijds uit. Toch had de ontzuiling gevolgen voor het publieke bestel en wel in de vorm van een eerste uitbreiding van het aantal publieke omroepen.

 

Naast maatschappelijke veranderingen hebben ook de technologische ontwikkelingen het medialandschap veranderd. De komst van satelliet en kabel maakte de opkomst van de commerciële omroepen mogelijk. Daarmee kwam een einde aan het monopolie van de publieke omroepen.

 

De veranderingen in de maatschappij hebben het politieke landschap niet ongemoeid gelaten. Niet geheel verwonderlijk waren het traditioneel partijen als het CDA, de PvdA en de ChristenUnie die de publieke omroep verdedigden. Zij kregen in 1977 samen nog 68 procent van de stemmen. Bij de laatste landelijke verkiezingen was dat percentage sterk gedaald. De politieke steun voor de publieke omroep kalft daardoor af. Daarnaast heeft de economische crisis het denken over het publieke bestel beïnvloedt. Zolang de bomen tot in de hemel groeiden, kon de politiek een substantiële discussie over het bestel ontlopen. Met de miljarden die worden bezuinigd, valt daar niet aan te ontkomen. De toekomstverkenning kent geen taboes en vroegere taboe-onderwerpen komen nu ter sprake, zoals een reclamevrije omroep, het samenvoegen van omroepverenigingen en het ledental als toetsingscriterium. Het is tegen deze achtergrond dat de KRO zijn richting heeft bepaald bij de vraag waartoe hij op aarde is.


 

VKMO - Katholiek Netwerk | Walpoort 12 | 5211 DK | ’s-Hertogenbosch | 073 6134140 | E-mail