PDF PDF Print

De praktijk van Bill Banning


Het katholiek sociaal denken stelt de mens en zijn waardigheid centraal omdat hij ‘beeld van God’ is. Dit maakt iedere persoon tot ‘grondslag’ van onze samenleving. Dit zijn wezenlijke, maar vooral abstracte woorden, die de nodige vragen oproepen. Want wat betekenen deze woorden nu eigenlijk voor de praktijk? Bill Banning, docent godsdienst en levensbeschouwing op het d’Outremontcollege te Drunen vertelt over hoe deze thematiek voor hem speelt in het onderwijs:  

“Meneer, ik heb mijn spullen thuis laten liggen”, zegt een aardige Gymnasiumleerling tegen me. “Nou, dat had ik van een gym-leerling niet verwacht”, flap ik eruit. “Begint u nou ook al, meneer?”, komt er teleurgesteld uit, “dat had ik van u niet verwacht”. Ik zie dat verschillende klasgenoten deze opmerking beamen en dat zet me ertoe hier op door te gaan. “Leg eens uit, wat is er nou aan de hand?”, vraag ik naïef. “Nou, we willen niet zeuren, maar het als wij eens iets niet af of bij ons hebben, zit iedereen gelijk te zeuren. We zijn ook maar mensen, hoor”. Ik kon ze geen ongelijk geven en we maakten de afspraak dat pas na drie keer iets vergeten een flinke extra opdracht gemaakt zou worden.

Het moet voor een leerling heel frustrerend zijn om geconfronteerd te worden met vooroordelen. Hoe vervelend is het te horen: “O, ben jij er zo een. Nou, dan weet ik het wel”. Een dergelijke stigmatisering kan naar twee kanten uitpakken. De qua theoretisch leervermogen wat intelligentere kinderen van het Gymnasium balen als een stekker als ze constant worden betiteld als de ‘slimme’ kinderen, die bijgevolg dus ook altijd heel goed moeten opletten. Mijn meer praktisch intelligente kinderen van het VMBO balen op hun eigen manier. Hoe vaak hoor ik hen het niet zeggen: “Meneer, wij zijn toch niet zo slim als die klas van daarnet?!”. Deze opmerking is volgens mij ten diepste een schreeuw om te mogen vernemen: “Jawel, jullie zijn net zo slim, alleen anders!”. Jaar in, jaar uit besteed ik mijn  beste krachten om deze kids te helpen zich te ontworstelen aan deze verinnerlijkte stigmatisering. En gelukkig, ieder jaar weer lukt het me om ook deze leerlingen zich versteld van zichzelf te laten staan in cognitief en sociaal-emotioneel opzicht.

Het oeroude beeldverbod helpt mij enorm hiermee om te gaan in mijn lespraktijk. Dagelijks inspireert oud-hoogleraar Tjeu van Knippenberg me met zijn uitspraak: “‘Geen beeld maken’ betekent: zich van elk beelddictaat losmaken, zich op elke ontmoeting nieuw instellen en de vreemde zonder vooroordeel tegemoet treden”.
Gymnasium- of VMBO-leerlingen, het zijn allemaal mensen, zoals u en ik. Mensen die in hun eigenheid gezien willen worden. Als ik al een beeld vorm, van hen en van mezelf, dan besef ik dat deze beelden altijd te kort schieten. Te kort schieten, omdat wij ten diepste naar beeld en gelijkenis van God geschapen zijn. Dat wil zeggen, dat wij altijd oneindig veel meer mogelijkheden in zich dragen dan wij ons kunnen voorstellen. Die mogelijkheden op het spoor komen en ten leven helpen wekken, zie ik als een pedagogische, goddelijk mooie opdracht.

VKMO - Katholiek Netwerk | Walpoort 12 | 5211 DK | ’s-Hertogenbosch | 073 6134140 | E-mail