VKMO - Katholiek Netwerk

Visies & Visioenen | Het visioen van ZLTO, door Ton Duffhues

 

 

Boeren en burgers: segregatie of verbinding

Door Ton Duffhues, Coördinator Landbouw en Samenleving ZTLO

www.zlto.nl

 

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw groeide er een nieuwe loot aan de stam van activiteiten in de agrarische sector: de public relations. Een hoopvolle en logische ontwikkeling omdat de inzet was om meer bekendheid en dus vertrouwdheid te krijgen bij de burgers over  prestaties en inzet van boeren en tuinders? Of een teken aan de wand omdat de vervreemding tussen boer en burger te ver voortgeschreden was en het maatschappelijk belang van hun arbeid en producten in twijfel werd getrokken? Mijn inschatting is dat er een omgekeerd evenredig verband bestaat tussen de inzet op public relations en de binding tussen boeren en burgers. Hoe meer public relations en communicatie, des te sterker de identificatie aan beide zijden: ‘wij boeren en tuinders’ tegenover ‘wij als burger”. Dus eerder segregatie dan verbinding. Terugkijkend naar die jaren zeventig en tachtig waren in het publieke debat de problematieken op het gebied van milieu en productiewijzen dominant. Vanaf de jaren negentig kwamen daar de dierziektes en andere calamiteiten bij. De communicatiestrategie was vooral defensief en de segregatie van landbouw, voeding, gezondheid en natuur nam toe en daarmee de afstand tussen boer en burger. Het grotere maatschappelijke en door boeren en burgers gedeelde belang van gezonde voeding en een kwalitatief sterke natuurlijke leefomgeving kwam nauwelijks aan de orde.

 

We zitten nu midden in een transitiefase; aan beide zijden is er volop beweging om dat gedeeld belang hoog op de maatschappelijke en politieke agenda te krijgen. Termen als ‘dialoog’ en ‘boeren met buren’ vormen hier een expressie van. Dialoog is echter niet voldoende om de wederzijdse identificatie te versterken en de segregatie op te heffen. Ook lukt dit niet door ‘beleving’ centraal te stellen omdat dit vooral oppervlakkig consumentisme oproept. Evenmin volstaat een incidentele ontmoeting aan de keukentafel, in de stal of de boerenwinkel. De kansen liggen juist nu in het werken aan een verbinding op een dieper niveau van persoonlijke waarden en zingeving. Daar komen bij elkaar wat boeren en burgers voor henzelf, voor de samenleving en voor de toekomstige generaties van levensbelang vinden. Wederzijds vertrouwen, ondernemerschap, samenwerking en vernieuwing zijn de sleutelwoorden. Het gemeenschappelijke domein is de versterking van de ‘levenskwaliteit’ en het ‘goede leven’ voor iedereen. De politiek is dan niet langer dwingend via wetten en regels maar dienstbaar aan de dynamiek van mens en gemeenschap. 

 

Mijn visioen is dat iedereen – van stedeling tot plattelandsbewoner, van jong tot oud, van man tot vrouw, van allochtoon tot autochtoon, van gelovige tot atheïst – iets van de boer in zichzelf ziet. Dan wel te verstaan als de ideaaltypische boer die met zijn arbeid iets wezenlijks schept voor hemzelf en de samenleving, die zich onderdeel weet van iets groter dat niet met procedures en juridische te vangen is. Vanuit het besef dat iedereen elke dag eten nodig heeft – voeding als ‘levensmiddel’ – en dat dit niet automatisch tot de zekerheden van het menselijk bestaan gerekend mag worden. Vanuit dit diepere bewustzijn krijgt de relatie boer – burger een andere, betekenisvolle dimensie en kan iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid nemen. Ik zie in tal van nieuwe initiatieven aan de basis volop tekenen van deze nieuwe verbinding. In dit visioen komt de beweging niet van bovenaf vanuit een met formeel gezag beklede leider, maar de kracht zit in de gemeenschap van mensen die gezamenlijk verantwoordelijkheid neemt en het ‘bonum commune’ laat prevaleren boven het materiële eigenbelang. Het gladde vernis van de klassieke public relations zal vertroebelen en verliest het van een nieuwe waarachtigheid en geloofwaardigheid. Boeren en burgers: mensen die verbonden zijn op basis van hun waarden van het land.