VKMO - Katholiek Netwerk

Visies & Visioenen | Het visioen van RIPD, door Erik Borgman

Vreugde en hoop.../Gaudium et Spes...

Door Erik Borgman, projectleider Religie in het Publieke Domein

www.vkmo.nl

 

Waren wij in de wereld en waren wij in de kerk in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw niet té optimistisch over onze mogelijkheden, zo vragen velen zich met recht af. Mij lijkt het een terechte vraag en ik geloof ook dat wij tot op de dag van vandaag nog altijd de neiging hebben weerbarstige vragen uit de weg te gaan omdat we bang zijn anders de hoop te verliezen. Of, als we die hoop niet meer zien, proberen we de werkelijkheid onze wil op te leggen: zero tolerance, regels zijn regels, prestatieafspraken waar mensen op kunnen worden afgerekend – we zijn er allemaal aan onderworpen en de meesten van ons doen eraan mee. Ook van het Tweede Vaticaans Concilie en met name van de pastorale constitutie over de kerk in de wereld van deze tijd Gaudium et Spes is wel gezegd dat het te optimistisch was over de mogelijkheden van de moderniteit om goed leven voor allen te realiseren.

 

Maar laten we nog eens lezen. Gaudium et Spes blijkt zich heel goed bewust van de dubbelzinnigheid van de menselijke geschiedenis en ons onvermogen de wereld op eigen kracht goed te maken. De wereld ‘die het toneel is van de geschiedenis van de mensheid’, zegt de constitutie, en ‘getekend [is] door haar inspanningen, haar nederlagen en haar overwinningen’, is tegelijkertijd de wereld:

 

waarvan christenen geloven dat zij uit liefde door de Schepper is geschapen en in stand wordt gehouden, weliswaar onder de slavernij van de zonde staat, maar door Christus, de Gekruisigde en Verrezene, door het breken van de macht van de zonde werd bevrijd om naar Gods raadsbesluit te worden omgevormd en tot voltooiing te komen (no. 2).

 

Hoge theologische taal waarvan ik in ieder geval in toenemende mate het belang ben gaan inzien: het leven, het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus de Gezalfde, maakt op verborgen, maar reële wijze duidelijk dat God met onze dubbelzinnige, gebroken en vaak eerder van kwaad dan van goed getuigende wereld reddend verbonden is. Kunnen wij dit teken nog lezen als een goddelijk teken, kunnen en willen wij nog ‘tekenen van de tijd’ zien. Of zeggen wij, zoals koning Achaz bij de profeet Jesaja (Jesaja 7, 10-12), quasi-bescheiden dat we God niet met onze zorgen willen lastig vallen, in feite bedoelend dat wij Gods verwarrende betrokkenheid niet nodig hebben en het liever overzichtelijk houden met plannen die wij zelf bedenken en die we daarom ook kunnen doorgronden, ook al schieten ze hopeloos tekort?

 

Het Tweede Vaticaans Concilie wilde op een nieuw manier de wereld openen voor wat ten volle een gelovig leven diende te zijn, een gelovige visie op het bestaan, een theologaal, een op God gericht beeld van de wereld. Deze wereld, de wereld waarin we zijn opgenomen en waar we deel van zijn, met alles wat we zijn en met alles wat we zeggen en denken, deze wereld is de plaats waar God zich met ons verbindt ook al drukken wij God door de manier waarop wij ons leven inrichten en door de manier waarop wij over ons leven denken voortdurend buiten beeld. Ik citeer nog een keer uit Gaudium et Spes; het is mijn lievelingscitaat geworden:

 

In de dynamiek van zijn geloof, waardoor het gelooft dat het wordt geleid door de Geest van de Heer die de gehele aarde vervult, spant het volk van God zich in om in de gebeurtenissen, eisen en verlangens waarin het samen met de overige mensen van onze generatie deelt, te onderkennen wat daarin werkelijke tekenen zijn van de aanwezigheid van God of van zijn plannen (no. 11).

 

De Bijbelse verhalen en de gelovige tradities vertellen ons dat God bron, dragende grond en doel van ons leven is en op basis van deze overtuiging kijken wij waar dit aan het licht komt en wat er dan in dit licht verschijnt. Wat moeten wij, letterlijk, in Gods Naam doen, maar vooral ook: wat mogen wij in Gods Naam zijn en in welk perspectief worden wij gezet door de Naam van God die betrokken en reserveloze liefde is.

 

Het gaat om het visioen van recht en vrede, wordt door moderne gelovigen wel gezegd. Ik geloof steeds minder dat het onze taak is dit visioen levend te houden en steeds meer dat dit visioen iets uitdrukt – zoals het geloof in God als Vader, Zoon en Geest op een andere manier iets uitdrukt, en de verwachting van de opstanding van de doden op weer een andere manier – ik geloof steeds meer dat wij niet leven van wat wij levend weten te houden, maar dat wij levend gehouden worden door een liefde die alle verstand te boven gaat, maar die ons verstand vraagt alles in het licht van deze goddelijke Liefde te zien.

 

God is met ons en zal met ons zijn in goede en in kwade dagen. Dat maakt dat onze goede dagen overlopen van goedheid en dat onze kwade dagen tekenen worden dat Gods ongekende toekomst aanbreekt. Ik ben ervan overtuigd dat dit het is dat mensen doet leven, onuitroeibaar, tegen elke dood in.