VKMO - Katholiek Netwerk

Visies & Visioenen | Het visioen van SobriŽtas, door Jos Roemer



Sobriëtas: matigheid en duurzaamheid

Door Jos Roemer, voorzitter Sobriëtas

www.sobrietas.nl

 

In de financiële en economische crisis die we nu meemaken worden consumenten veelvuldig opgeroepen meer te besteden. Burgers van Nederland worden aangesproken als consumenten. Door meer te consumeren kunnen ze de motor worden achter het economisch herstel van ons land.

Tegelijkertijd horen we ook over de onevenwichtige bestedingspatronen in de wereld. Overgewicht in de rijke westerse landen hangt samen met honger in de derde en vierde wereld. Onbegrensde consumptie hangt samen met uitputting en bedreiging van onze natuurlijke leefomgeving. Daarnaast rijst ook bij steeds meer mensen de vraag of de weg uit de financiële en economische crisis loopt via de toename van consumptieve bestedingen. Valt er niet ook iets te zeggen voor een meer fundamentele bezinning op onze levensstijl?

 

Normen ten aanzien van consumptief gedrag zijn de laatste decennia non-issue geworden, waar ze voorheen regelmatig besproken werden. Aan het einde van de 19de eeuw vormde het drankmisbruik onder arbeiders in de textielindustrie bijvoorbeeld een specifieke kwestie. Dit leidde tot een brede volksbeweging binnen het katholiek volksdeel waarbij de norm (geheelonthouding? Soberheid?) wel degelijk op de agenda stond. Met de toename van de welvaart in ons land verwaterde dit normatief bewustzijn en ontstond het adagium ‘dat maak ik zelf wel uit!’. Consumptief gedrag werd geleidelijk moreel neutraal, vergelijkbaar met piano spelen. Wie dat wil kan iedere maand zijn garderobe vernieuwen zonder dat er een gevoeligheid opspeelt of dit moreel gesproken wel kan. Hoogstens dient men in de gaten te houden of er geen kinderarbeid in het spel is. Ook meerdere keren per jaar op vakantie gaan ontlokt amper morele verontwaardiging. Hoogstens dient men zich te verantwoorden voor de milieubelasting die met vliegen gepaard gaat.

 

Ten aanzien van consumptief gedrag lijkt het erop dat de mens de maat is van zijn verlangen. Als ik ergens zin in heb en ik geen schade toebreng met mijn consumptief gedrag, dan ben ik vrij om aan dat verlangen toe te geven. Zeker als ik de eventuele schade (milieubelasting, grondstofverspilling) kan compenseren met bijvoorbeeld de aanplanting van een aantal bomen. De vrijheidsopvatting die aan de orde lijkt te zijn luidt: vrij zijn is doen waar je zin in hebt, zolang je anderen niet schaadt.

De vraag is of deze vrijheidsopvatting wel recht doet aan wie we als mens kunnen zijn. Een alternatieve opvatting zou bijvoorbeeld kunnen luiden: vrij zijn is houden van de dingen die je doet. In deze alternatieve opvatting ligt een relationele opvatting van mens-zijn besloten. Ten aanzien van consumptief gedrag betekent dit, dat de mens als maat van alle dingen ‘gerelativeerd’ wordt. Vanuit een katholieke inspiratie zou de opvatting gehuldigd kunnen worden dat de mens tot zijn recht komt (waarlijk gelukkig wordt) indien zijn bestaan gesitueerd is in drie relaties: de relatie tot zichzelf, de relatie tot de ander en de relatie tot het mysterie van het leven dat hem omgeeft. Voor consumptief gedrag betekent dit dat de vraag actueel wordt wat de betreffende gedraging betekent voor mijn ontplooiing, voor mijn medemens (nabij en veraf) en voor het mij omringende leven als geheel.

 

Aldus opgevat staat consumptief gedrag onder het kritisch licht van vragen als ‘wat doe ik mezelf aan, wat doe ik de ander aan, wat doe ik het leven aan met dit consumptiepatroon?’. Het liberale adagium van ‘dat maak ik zelf wel uit’ maakt plaats voor een verbinding van consumptief handelen en liefdevol handelen. In dit licht is een pleidooi om bij te dragen aan het herstel van ons land door extra te besteden een kortzichtig pleidooi. Het schiet te kort als het erom gaat burgers op te roepen het volledige potentieel van hun mens-zijn te benutten.