VKMO - Katholiek Netwerk

Visies & Visioenen | Het visioen van Hogeschool HAS, door Dick Pouwels



En de boer hij ploegde voort…

Door Dick Pouwels, voorzitter College van Bestuur van de Hogeschool HAS Den Bosch

www.hasdenbosch.nl

 

Een beeld waar veel verhalen bij passen. Een beeld ook dat op veel manieren wordt toegepast op andere beroepsgroepen. Om bij onze passie te blijven: en de docent hij doceerde voort….

 

Want ze zijn er zeker: parallellen tussen de ploegende boer en de docent in het hoger onderwijs.

Passie, een doorgaande cyclus van komende en gaande studenten, investeren in weer een nieuw studiejaar zonder precies te weten wat de student en de groep studenten gaan brengen, kijken naar de ontwikkelingen in het vakgebied om up-to-date de colleges vorm te kunnen geven en studenten de laatste ontwikkelingen in de beroepspraktijk te brengen. Maatwerk leverend, passend bij de ontwikkeling van de studenten en de ontwikkeling in de beroepspraktijk.

 

Zo zouden we het graag willen zien en gelukkig zijn er nog veel hogescholen die de docent op die manier zijn eigen professionele ruimte gunnen, om daarmee de directe interactie tussen student, docent en beroepspraktijk maximaal tot bloei te laten komen. Hogeschool HAS Den Bosch is daar één van. Maar toch, de trend is omgekeerd: de directe interactie tussen student-docent-beroepspraktijk wordt meer en meer beknot en ‘gereguleerd’. Een trend die we met een heel helder ‘STOP’-teken tot staan moeten brengen.

 

Die trend vindt zijn basis in een al lang lopend proces. Een proces in het laatste kwart van de vorige eeuw begonnen door de hogescholen te ontwortelen uit hun maatschappelijke inbedding: het ‘eigendom’ weg te halen bij de vaak sterk aan de beroepspraktijk gelieerde partijen. Daarmee een proces van vervreemding van die beroepspraktijk op gang brengend en het bijzondere en speciale karakter van de betreffende hogeschool laten vervagen. Als het ware weg te bewegen van een ‘speciaal product’ naar een ‘massaproduct’.

Bij een massaproduct past ook maar één manier van organiseren: namelijk schaalgrootte, grote organisaties dus, met veel oog voor efficiency, standaardvoorschriften en – vanuit de optiek als hogeschool – onvoldoende ruimte voor de docent om maatwerk te leveren. Maatwerk dat ieder mens, uniek individu als hij is, verdient. Maatwerk gericht op de ontwikkeling van die student, zeker niet gebaat bij een ‘standaardaanpak’.

Daarmee is de ontworteling gecompleteerd. Corrigerende maatregelen worden genomen: medezeggenschap van studenten op bestuursniveau, accreditatieorganen die ‘kwaliteit’ moeten definiëren, overheden die protocollen gaan opstellen over hoe kwaliteit moet worden vormgegeven.

Allemaal maatregelen die via indirecte kanalen een oplossing proberen te bedenken, zonder het probleem eerst gedefinieerd te hebben. Sterker nog: juist via hun oplossingen zorgen voor het steeds verder wegdrijven van de kern van het probleem. De kern ligt namelijk bij het herstellen van de trias-educatis: student-docent-beroepspraktijk. In die driehoek moet het echte werk gebeuren, met ruimte voor de professionele inbreng van de docent en de beroepspraktijk en met ruimte voor de student om zich als jong volwassene te ontwikkelen tot een professionele werker: maatwerk dus, ieder mens is uniek!

 

STOP dus aan al die indirecte kanalen die al regulerend het onmogelijk maken nog echt maatwerk te leveren. Herstel van de trias-educatis: professionele ruimte aan de docent om in te spelen op de unieke behoefte van de student en de ontwikkelingen in de beroepspraktijk; professionele inbreng voor de beroepspraktijk om opleidingen zodanig te fine-tunen dat ze aansluiten bij de specifieke ontwikkelingen in regio’s en branches én ruimte voor de student om zijn ontwikkeling tot professionele werker op maat te kunnen vormgeven.

 

Zorg daarvoor door de hogescholen of faculteiten van hogescholen weer voor de beroepspraktijk herkenbare instituten te laten worden. Geef het maatschappelijk eigendom van die instituten ook weer (terug) aan die beroepspraktijk: verantwoordelijkheid mag je voelen[1]. En geef maximaal de ruimte om maatwerk te leveren. Kan dat zonder indirecte structuren? Ja, sterker nog: dit vraagt juist om heel directe interactie, ruimte in de trias-educatis om de opleidingstransactie daadwerkelijk vorm te geven. Mogelijk met een marktmeester om sociaal wenselijke toegankelijkheid te borgen of machtsposities te voorkomen. Ook voor die verantwoordelijkheid geldt: die mag je direct voelen en kan dus maar op één plaats liggen: bij de overheid.

 

Om Cruijff maar eens te parafraseren: je moet een ploeg hebben om te kunnen ploegen. Zo kun je alleen maar opleiden als je de professionele ruimte hebt om maatwerk te leveren in het opleiden van jongeren tot professionele werkers, goed aangesloten op de ontwikkelingen in de beroepspraktijk.

 

 



[1] In de huidige discussies rondom Human Capital Agenda’s van de economische topsectoren begint weer iets van dat beeld te ontstaan. Ook hebben sommige hogescholen en universiteiten de binding naar de beroepspraktijk nog steeds georganiseerd en zijn ze dus ook herkenbaar. Hogeschool HAS Den Bosch is daar één van (www.hasdenbosch.nl